Gemeente Hilvarenbeek
Gemeente Best
Gemeente Ede
Gemeente Goirle
Bij de bakker begrijpt iedereen hoe een wachtrij werkt. U pakt een nummer, kijkt naar het bord en ontdekt dat er nog zeven mensen voor u staan. Niemand belt een advocaat. Niemand organiseert een informatieavond. Niemand vraagt de provincie om een onafhankelijk onderzoek naar de maatschappelijke wenselijkheid van croissants.
Iedereen wil duurzame energie. Tot het moment dat zij een adres krijgt. We hebben meer zonne- en windenergie nodig, daarover bestaat nauwelijks nog discussie. Maar waar bouwen we die? En belangrijker nog: hoe doen we dat op een manier die recht doet aan de mensen die er straks mee moeten leven? In deze column reflecteert Roche van Velthoven op de morele kant van gebiedsontwikkeling en stelt hij een verrassend actuele vraag aan de hand van een eeuwenoude levensregel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
De energietransitie wordt vaak gepresenteerd als een technisch vraagstuk. Meer windturbines, meer zonneparken, meer kabels in de grond en vooral meer capaciteit op het elektriciteitsnet. In beleidsstukken, rapporten en politieke discussies gaat het bijna altijd over infrastructuur, technologie en investeringen. Maar wie goed kijkt naar hoe echte verandering in de samenleving ontstaat, ziet dat er nog een andere dimensie is. De energietransitie is namelijk niet alleen een technisch project. Het is in essentie een maatschappelijk proces.
Een recent artikel in het Het Financieele Dagblad laat zien dat het ontmantelen van windparken op zee aanzienlijk duurder uitvalt dan eerder werd aangenomen. Nieuwe berekeningen van TNO wijzen erop dat de kosten voor het opruimen van de eerste generatie offshore windturbines kunnen oplopen tot circa €800 miljoen, terwijl eerder nog werd uitgegaan van ongeveer €560 miljoen.