Gemeente Best
Gemeente Hilvarenbeek
Gemeente Ede
Gemeente Goirle
Er zijn van die woorden die jarenlang vooral in beleidsnota’s rondzwierven. Energiezekerheid was er zo één. Iets voor Brussel. Voor denktanks. Voor geopolitieke duidingen met kaarten, pijlen en pijptrekkende analisten. Tot het moment dat de gaskraan werd dichtgedraaid, prijzen explodeerden en bedrijven zich ineens afvroegen of groei überhaupt nog mogelijk was zonder het risico op stilstand.
Er zijn momenten waarop een waarschuwing juist serieuzer wordt omdat zij niet uit de academische wereld komt. Wanneer inlichtingendiensten zich uitlaten over klimaatverandering en ecosystemen, is dat geen teken dat wetenschappers tekortschieten, maar dat de maatschappelijke spanning zichtbaar wordt in de plekken waar risico’s worden gelezen in plaats van overtuigingen. Veiligheidsanalisten houden zich niet bezig met morele gelijkhebberij of politieke smaak. Zij kijken naar breuklijnen, naar systemen onder druk, naar scenario’s die niet waarschijnlijk hoeven te zijn om onacceptabel te worden. Dat een Britse veiligheidsanalyse klimaat en biodiversiteit nu expliciet benoemt als risico’s voor nationale stabiliteit, zegt minder over plotseling alarmisme dan over een vertraagde erkenning van iets wat al langer zichtbaar is. De natuur is geen achtergronddecor meer. Zij is onderdeel geworden van de veiligheidsarchitectuur van moderne samenlevingen.
Ik lees veel. Rapporten, onderzoeken, notities die meestal ergens halverwege blijven steken in jargon en goede bedoelingen. Soms zit daar iets tussen dat blijft hangen. Niet omdat het spectaculair is, maar juist omdat het zo banaal is dat niemand er echt naar kijkt. Onlangs stuitte ik weer op zoiets. Het ging niet over zonnepanelen zelf. Niet over opbrengst. Niet over subsidies. Het ging over alles wat onder en rondom die panelen zit. Het staal. De constructies. De manier waarop ze worden neergezet. Dingen waar bijna niemand zich druk over maakt, behalve de mensen die de rekening betalen.
Waarom dit beleidsdogma blijft bestaan terwijl iedereen weet dat het niet genoeg is Er is een zin die in vrijwel elke raadsvergadering, beleidsnota of inspraakavond terugkomt zodra het over zonneparken gaat: eerst de daken vol. Het klinkt logisch, redelijk en bijna moreel superieur. Wie kan er immers tegen zijn om eerst ongebruikte daken te benutten voordat we het landschap “opofferen”? Precies daarin schuilt de kracht van de zin. En precies daarin schuilt het probleem.