Datum: 05-02-2026
De toekomst van zonneparken op land in Nederland bevindt zich op een kantelpunt. Niet omdat de techniek faalt, niet omdat de businesscase structureel onrendabel is geworden, maar omdat het politieke en financiële raamwerk waarbinnen deze projecten opereren fundamenteel is verschoven.
Waar zonneparken op land jarenlang golden als de snelste, goedkoopste en meest schaalbare route richting verduurzaming, wordt de sector nu geconfronteerd met een combinatie van aangescherpte ruimtelijke kaders, netcongestie, veranderende maatschappelijke prioriteiten en een herijking van publieke middelen. De vraag is niet langer of zonneparken op land bijdragen aan de energietransitie. De vraag is: onder welke voorwaarden, op welke locaties en met welk type publieke ondersteuning mogen ze nog plaatsvinden?
In het coalitieakkoord 2026–2030 kiezen D66, VVD en CDA expliciet voor schone energie van eigen bodem, maar zonder de ongerichte groei die de afgelopen jaren zichtbaar was. De tijd van generieke stimulering is voorbij. In plaats daarvan kiest het kabinet voor selectiviteit, netbewustzijn en ruimtelijke discipline.
Zonneparken op land worden in dat kader niet afgeschaft, maar gedeprioriteerd ten opzichte van andere opwekopties zoals wind op zee, kernenergie, warmtenetten en industriële elektrificatie. De reden is niet ideologisch, maar systeemtechnisch: de knelpunten zitten niet meer in productiecapaciteit, maar in netcapaciteit, ruimtelijke acceptatie en systeembalans.
Deze beleidsverschuiving heeft directe consequenties voor vergunningverlening, subsidie-instrumenten en investeringszekerheid.
Een cruciaal ankerpunt voor zonneparken op land blijft de SDE++. Het kabinet verlengt deze regeling met zes nieuwe openstellingsrondes tot en met 2032, met een jaarlijks openstellingsbudget van circa 8 miljard euro. Dat lijkt op papier ruimhartig, maar de praktijk is genuanceerder.
De SDE++ wordt nadrukkelijker ingezet als systeeminstrument in plaats van als pure productiesubsidie. Projecten worden niet alleen beoordeeld op kostenefficiëntie per vermeden ton CO₂, maar ook op:
netbewuste inpassing
bijdrage aan congestievermindering
combinatie met opslag, flexibiliteit of directe afname
ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit
Voor klassieke zonneparken op landbouwgrond zonder opslag of lokale afname betekent dit een structureel lagere prioriteit binnen de rangschikking.
Opvallend is wat níét in de begroting staat. In de budgettaire tabellen is geen afzonderlijke envelop opgenomen voor zonneparken op land. De grote energie-uitgaven zijn gericht op:
wind op zee richting 40 GW in 2040
indirecte kostencompensatie voor energie-intensieve industrie
elektriciteitsprijscompensatie voor de basisindustrie
netverzwaring en systeemingrepen
Voor zonne-energie op land betekent dit dat projecten volledig afhankelijk blijven van generieke instrumenten zoals de SDE++, zonder aanvullende specifieke stimulans of ruimtelijk fonds.
Tegelijkertijd worden elders forse bedragen gereserveerd die indirect wél effect hebben op zonneparken. Zo wordt vanaf 2031 jaarlijks 800 miljoen euro beschikbaar gesteld voor uitvoering van klimaat- en energiebeleid door medeoverheden. Provincies en gemeenten krijgen daarmee meer middelen, maar ook meer regie. Dat vertaalt zich in strengere locatiekeuzes en hogere eisen aan maatschappelijke meerwaarde.
Het principe “water en bodem sturend” wordt leidend in de ruimtelijke ordening. Dit heeft directe implicaties voor zonneparken op agrarische gronden, met name in veenweidegebieden, kwetsbare watersystemen en open landschappen.
Zonneparken zijn in toenemende mate alleen nog kansrijk wanneer zij aantoonbaar bijdragen aan:
bodemverbetering
waterberging
biodiversiteitsherstel
combinatie met agrarisch gebruik
Monofunctionele zonnevelden zonder landschappelijke of ecologische meerwaarde verliezen hun politieke draagvlak, ook al zijn ze technisch efficiënt.
De meest onderschatte factor in de toekomst van zonneparken op land is netcongestie. Het kabinet erkent dit expliciet als systeemprobleem en kondigt een Crisiswet Netcongestie aan, inclusief versnelling van procedures en prioritering van projecten die vraag en aanbod lokaal koppelen.
Voor zonneparken betekent dit een fundamentele verschuiving:
geen netruimte betekent geen project, ongeacht vergunning of subsidie.
Projecten die geen directe afname, opslag of energiehub-integratie kennen, lopen structureel vast. Zonneparken die onderdeel zijn van een lokaal energiesysteem met bedrijven, batterijen of warmtenetten hebben daarentegen een aantoonbaar betere kans.
De conclusie is ongemakkelijk maar helder. Zonneparken op land verdwijnen niet, maar worden:
minder talrijk
complexer in ontwerp
selectiever beoordeeld
sterker verweven met hun omgeving
De sector beweegt zich van bulkproductie naar maatwerk. Van hectares naar systemen. Van subsidiegedreven groei naar ruimtelijk en maatschappelijk ingebedde projecten.
Voor ontwikkelaars betekent dit dat de klassieke reflex grondpositie, vergunning, SDE niet langer volstaat. De toekomst ligt bij projecten die technisch, financieel en maatschappelijk tegelijk kloppen.
De energietransitie is niet tot stilstand gekomen. Maar zij is volwassen geworden. Zonneparken op land zijn niet langer het vanzelfsprekende antwoord, maar één van de instrumenten in een complexer energiesysteem.
Wie dat begrijpt, kan nog steeds bouwen.
Wie dat negeert, loopt vast juridisch, financieel of maatschappelijk.
Type: blog Datum: 02-02-2026
Type: blog Datum: 26-01-2026
Type: blog Datum: 19-01-2026
Type: blog Datum: 12-01-2026